Het Goois Natuurreservaat (GNR) laat zien dat één gedeeld recreatief netwerk uitstekend kan functioneren, zelfs in een drukbezocht natuurgebied. Met bijna 3.000 hectare bos, hei en open landschap kiest het GNR bewust voor één systeem van paden voor alle recreanten: wandelaars, hardlopers, fietsers, gravelbikers en mountainbikers.
Deze benadering toont aan dat toegankelijkheid en natuurbehoud prima samengaan wanneer verwachtingen helder zijn en recreanten elkaar de ruimte geven.
Het GNR werkt niet met aparte MTB-routes of gescheiden infrastructuur. In plaats daarvan is de regel eenvoudig:
Deze aanpak voorkomt versnippering én maakt het gebied overzichtelijk voor bezoekers. Alle gebruikers worden geacht zich te houden aan duidelijke gedragsnormen, waaronder de Buitencode en de Gravel Code van de NTFU, waarin rust, wederzijds respect en zorg voor de natuur centraal staan.
Het GNR hanteert een helder principe dat goed past bij de landelijke visie van de NTFU: Wandelaars zijn te gast op fietspaden; fietsers zijn te gast op wandelpaden.
Deze gedeelde verantwoordelijkheid zorgt ervoor dat:
Het voorbeeld uit het Gooi laat zien dat gedeelde paden wél kunnen werken, ook op locaties met veel gebruikers.
Dat duidelijkheid en positieve communicatie effect hebben, blijkt ook uit onze recente gedragsinterventie met de routepaal in Groesbeek, waar wandelaars en mountainbikers een kruispunt delen. Door wederkerigheid te benadrukken (“jij geeft ruimte, ik rem af”) verbeterde het gedrag zichtbaar.
Het Goois Natuurreservaat toont in de praktijk hetzelfde principe: heldere regels + gedeelde verantwoordelijkheid = soepele interacties op gedeelde paden.
Toegankelijkheid betekent niet dat alles kan. Het GNR bewaakt natuurwaarden actief met:
Met die voorwaarden blijft het netwerk veilig, overzichtelijk en natuurinclusief.
Het Goois Natuurreservaat laat zien dat één recreatief netwerk voor alle gebruikers haalbaar is wanneer:
De ervaring in het Gooi bevestigt dat gedeelde paden een realistische en effectieve oplossing zijn voor gebieden waar ruimte schaars is en recreatiedruk hoog.
Foto: Ard Krikke